De naam Siegerswoude moet zijn ontstaan uit de persoonsnaam “Sieger” en “woud”, hetgeen moerasbos (elzenbroek) betekent. Siegers bos dus. Wie Sieger was zal wel altijd onbekend blijven. Volgens Spahr van der Hoek zijn de mensen, die hier zijn komen wonen, afkomstig uit “het Lege Midden” van Friesland. Toen het land hen te nat werd, zijn ze naar de hogere zandgronden in het oosten gevlucht. Er zijn diverse aanwijzingen die deze veronderstelling waarschijnlijk maken.
In elk geval is het zo, dat omstreeks 1250 niet alleen in Siegerswoude, maar ook in Ureterp en Duurswoude, een kerk is gebouwd en dat wijst op een groeiende bevolking. Nu moeten we niet denken dat het om veel mensen ging; om meer dan een kleine honderd ging het niet.
Op kaarten uit 1718 en 1830 zijn er in Siegerswoude niet meer dan 17 boerderijen.
In 1744 wonen er 122 personen; de Klauwerts-vaart is dan al gegraven tot voorbij Bakkeveen en het vervenen is al begonnen. In Friesche Palen staan dan al verscheidene woningen.
Het vervenen brengt velen naar Siegerswoude, zo blijkt in 1796, want dan zijn er al 280 bewoners. Deze mensen wonen hoofdzakelijk in Friesche Palen en langs de Wilpsterwijk. De Wilp – een kaart uit 1830 zegt De Wulp – bestaat dan nog maar net.
Terug nu naar de eerste bewoners. Deze mensen gingen wonen op de hoge zandrug, waar nu de Binnenwei ligt. De boerderijen staan bijna in een rechte rij aan de noordzijde van de weg, behalve –dunkt mij – de boerderijen van Kempenaar, Nijboer en Van den Hengel De ander oude woonsteeën stonden er tussen in. Het waren de zogenoem-de “uitgaande plaatsen”. De (akker-) bouw aan de voorzijde en de boerderij achter. Aan de noordzijde liep het land dood in het hoogveen richting Friesche Palen en aan de zuidkant werd de grens door het Ouddiep gevormd. Langs het Ouddiep lagen de hooilanden (de Mersken), laaggelegen, slecht grasland, dat ’s winters onderliep. Tussen het akkerland en het hoogveen aan de noordzijde en het akkerland en de Mersken lagen heidevelden.
Op het Foarwurkersfjild lag veel heide –fjild is heide – maar richting Groningen lag ook hoogveen. Hier stond eerst één – later twee – boerderijen “it Foarwurk”. Dit was een zgn. uithof van het klooster van Smalle Ee. Siegerswoude was indertijd een boerendorp met veel heide en hoogveen en met verhoudingsgewijs weinig akker-, gras- en hooiland.
De “bouw” was het belangrijkste onderdeel van de boerderij en de oppervlakte van het land bepaalde het aantal schapen en koeien dat men kon houden. Veel vee had men niet, omdat er niet veel voer voor de veestapel was.
Men haalde in de zomer extra hooi uit de hooilanden van Beets. Heide was er genoeg, vooral op het Foarwurkerfjild. Dit had tot gevolg, dat de vele schapen samen met de weinige koeien moesten zorgen voor voldoende mest om het verbouwen van rogge, haver en ook boekweit mogelijk te maken. Deze werkwijze blijft tot het begin van de vorige eeuw bestaan; al zijn er dan wel wat meer koeien en wat minder schapen.
Ondertussen is het inwonertal na het graven van de vaart en het vervenen onder Friesche Palen en De Wilp flink toegenomen.
Aanvankelijk zijn het veenarbeiders, die later als kleine boer zich vestigen op de ontgonnen grond. Het is dan ook niet vreemd, dat namen als Van Veen, Veenstra, Venema en Nijboer hier vaak voorkomen.
Een tweede stoot in de bevolkingsgroei begint na 1900 als het Foarwurkerfjild en iets later de heide tussen de Binnenwei en de Bûtewei ontgonnen wordt. Op het Foarwurk en later ook aan de zuidzijde van de Binnenwei worden grotere en kleinere boerderijen gebouwd. Er komen dan ook meer arbeiderswoningen en een aantal winkels voor mensen, die als bakker, winkelman of klompmaker aan de kost proberen te komen. Er is ook nog heide, hetgeen blijkt uit het feit, dat er in 1913 nog een coöperatieve bijenvereniging in Siegerswoude is. Nog éé’n van de vijf in Nederland! Later horen we daar echter niets meer van. Dat de bevolking groeit blijkt uit de cijfers: 1890: 728 en 1930: 1487.
Rond 1900 spreekt men in Nederland van “de arme Friese heide” en daaronder verstaat men ook De Wilp en vooral het Siegerwoudster gedeelte daarvan, de zgn. “De Friesche Wilp”.
Zoals dat meer voorkwam op de Friese hei – maar niet alleen daar – waar armoede was, kreeg of het socialisme of evangelisatie-beweging invloed. In De Friese Wilp is het de evangelist Van Aken die veel goed werk verricht. Hij brengt niet alleen het Evangelie, maar doet ook aan wat wij nu maatschappelijk werk noemen. Hij richt zondagsscholen op, maar ook jongerenverenigingen en hij neemt het voortouw tot het oprichten van een lagere school, de Bijzondere Lager School, die in 1922 wordt geopend. In Siegerswoude is maar één straatnaam naar een persoon genoemd en dat is de Van Akenwei. Alle andere wegen hebben een historische naam.
Op dezelfde dag werd op de andere hoek van It Foarwurk de openbare school geopend; een terechte aanwijzing dat er in dit deel van Siegerswoude veel meer mensen woonde dan vroeger. Daarvoor gingen de kinderen naar ´Kromhoek” naar school, die al tussen 1850 en 1860 werd opgericht. De school op Kromhoek werd in 1953 gesloten toen Friesche Palen een zelfstandig dorp werd en is later afgebroken.
Het oude kerkje van Siegerswoude, dat op het kerkhof stond tussen de Binnenwei en Bûtewei, is in het begin van de twinstigste eeuw afgebroken omdat het een bouwval was.
De plaats van het kerk wordt nog aangegeven door een beukenhaag. De oude friezen zijn gebruikt voor het baarhuisje, dat op het kerkhof staat met het jaartal 1912 er op.
Het verhaal wil, dat in de Franse tijd er mensen waren, die het op de klokken uit de klokkenstoel voorzien hadden . De Siegerwoudsters hadden er lucht van gekregen en hebben de klokken naar “Moddergat” gebracht. Waarschijnlijk ergens begraven. Wanneer de klokkenstoel is verdwenen, is niet precies te zeggen; in elk geval ruim voor 1900. Een nieuw kerkje is aan de Binnenwei gebouwd, dat later is afgebrand. Het kerkje van nu staat op dezelfde plek. Dat de kerk vroeger centraal stond in de maatschappij blijkt uit het feit, dat de bouwplaats precies de twee uiterste boerderijen in lag. De mensen op de grootste afstand moesten een ruime kilometer lopen over niet verharde wegen. Geen kleinigheid!!
Wie nog nooit op het oude kerkhof is geweest, raad ik aan om dat een keer te doen; daar ligt nog een stukje van het oude Siegerswoude.
Wie met de ouderen spreekt, hoort dat het begin 1900 nog niet zo veel anders was, dan honderden jaren eerder: op het “Langpaed” spookte het en er waren “wylde lantearnen”
“Als meisje durfden we daar niet langs met een rode schort voor, want daar hadden de spoken het op voorzien”. Ook het boerenbedrijf is nog niet veel veranderd. Dat blijkt uit verhalen over: “het ontginnen van de heide achter de boerderij”. “Op een keer was mijn man bezig met het “aanmaken” (ontginnen) van een stukje heide. Toen een ander vroeg hem, waarom hij een ander stuk heide ook niet “aanmaakte”, gaf hij als antwoord, dat hij zijn stront wel op een andere manier kwijt kon. Daarmee gaf hij aan, dat hij mest tekort kwam.
Ook toen stond het vee nog altijd in de potstal en werden er plaggen gestoken. Men had de heide nog nodig en soms werden er plaggen gekocht. Dat er tekort aan hooi was, blijkt ook, want ze kochten hooi uit de Beetster hooilanden en brachten dat op een wagen thuis. “Wat is het dan nu anders: geen bouwland en amper nog heide te vinden. Overal is weiland en in dat land loopt ook niet meer dat schamel woudvee. ‘Weinterpers” zo werden ze genoemd, maar gezond, dat van de “woud-boer” een veeboer heeft gemaakt.” In 1946 heeft Siegerswoude 1541 inwoners, maar als in 1953 Friesche Palen zelfstandig wordt, loopt het inwonerstal terug naar 1079. Daarmee is het hek van de dam: door de mechanisatie in de landbouw trekken de boerenarbeiders naar de stad; de kleine landbouwbedrijfjes verdwijnen en na de ruilverkaveling “It Keningsdjip” blijven alleen de wat grotere bedrijven over. In 1976 loopt het inwoneraantal terug naar 830. In 1977 kijkt er een ommekeer in deze tendens te komen; het inwonertal gaat iets vooruit.
Er is trek op Siegerswoude; jongelui betrekken de vrijkomende huizen. Ook geeft de gemeente de woningbouw enige ruimte. Maar dat Siegerswoude op het uiteinde van de gemeente ligt –het lied “Sigerwâld” zegt: “fuotteneintsje fan de wrâld “ (uiteinde van de wereld) voelt u als u over It Foarwurk rijdt. En wat gaat er gebeuren met het stukje Siegerswoude onder de rook van De Wilp? Blijven de inwoners Siegerswoudsters of worden het Wilpsters; blijven het Friezen of worden het Groningers?
De
mensen willen bij Siegerswoude blijven, maar wat doen de “Hoge Heren”? U
voelt het al, het is niet allemaal rozengeur en maneschijn. ![]()
drs. R.U.J. Uilkema, September 1979